+31 (0) 314 - 368 500
sales@rabelink.nl

Passende klanten van Rotterdam tot Ruhrgebied

Reportage locatie Zelhem – uit ons personeelsblad RabeL!NK, editie 2 van 2021

De Gesink-locatie in Zelhem – sinds vorig jaar onderdeel van Rabelink – heeft een eigen historie van meer dan 160 jaar

Het aantal vestigingen van Rabelink is in de loop der jaren behoorlijk toegenomen. Naast de Achterhoekse panden in Doetinchem, ’s-Heerenberg, Wehl en Zelhem zijn er in Nederland het warehouse in Zevenaar en het kantoor in Alblasserdam. Ook hebben we Rabelink Logistics SRL in het Roemeense Cicarlau, Baia Mare. Lang niet alle collega’s zijn op de hoogte van wat er elders zoal gebeurt. We stellen dus graag alle locaties aan jullie voor, om te beginnen met Gesink Logistics in Zelhem.

De crossdockhal in Zelhem, waar elke avond zo’n veertig tot vijftig opleggers worden geladen en gelost.

In de eerste aflevering van deze rubriek trappen we af met een locatie die ‘anders dan anders’ is vergeleken met alle andere Rabelink-vestigingen; Gesink heeft in Zelhem immers een eigen geschiedenis die veel verder teruggaat dan de overname, nu bijna een jaar geleden. Wat heet: de Gesink-historie beslaat meer dan 160 jaar. Ergens na 1860 moet het geweest zijn dat Arnoldus Gradus Dimmedal in Zelhem begon met transportwerkzaamheden; hij was vier generaties terug de betovergrootvader van Arno Gesink, die tot begin dit jaar de eigenaar van het familiebedrijf was. Dimmedal versleepte met zijn paard en wagen hout uit het bos voor de Zelhemse aannemerij en leverde dat af bij de zagerij. Ook het vervoer van het gezaagde hout naar de klant nam hij voor zijn rekening.

De werkplaats van Gesink. Vijf monteurs onderhouden hier het wagenpark van ongeveer 100 vrachtauto’s en 130 opleggers, aangevuld met nog eens een stuk of 30 meeneemheftrucks.

Toeval of niet, hout en andere bouwmaterialen vormen anno 2021 nog steeds een belangrijk deel van de zendingen die het tegenwoordige Gesink Logistics – als onderdeel van Rabelink Logistics – verzorgt, voor bijvoorbeeld Oldenboom (hout en plaatwerk) en installatiegroothandel Rensa. Paard en wagen zijn echter ingeruild voor een wagenpark van ongeveer 100 vrachtauto’s en 130 opleggers, aangevuld met nog eens een stuk of 30 meeneemheftrucks. Aan de Burgemeester Langmanweg in Zelhem, waar Gesink sinds 1991 gevestigd is, zijn daarnaast kantoorruimtes, twee loodsen (van 2000 m2) en een werkplaats te vinden met een team van vijf monteurs. Ongeveer 140 collega’s werken er in totaal, onder wie zo’n 90 chauffeurs.

Uiteenlopende goederen
De belangrijkste klant van Gesink, metaalproducent 247TailorSteel uit Varsseveld, neemt sinds kort een van die twee loodsen in beslag. “We hadden dat magazijn in gebruik voor de opslag van Ubbink, de gezamenlijke klant van Rabelink en Gesink. Maar die is verhuisd naar ’s-Heerenberg”, vertelt teamleader planning Mick Regelink. “Nu benutten we de ruimte om de wagens voor 247TailorSteel aan de zijkant te kunnen laden en lossen.” De andere loods fungeert als crossdockhal. “Die heeft negen deuren, daar worden elke avond zo’n veertig tot vijftig opleggers geladen en gelost”, zegt Arno Gesink. De pallets die het crossdock in en uit gaan, bevatten volgens Mick zeer uiteenlopende goederen. “Er komt veel import uit Duitsland, deelpartijen die we kunnen samenvoegen en die we voor derden rijden. Dat is heel divers: bouwmaterialen, planten, tegels, plaatstaal, het kan echt van alles zijn.”

Gesink heeft sowieso een divers klantenbestand, laat Arno weten. “We doen veel aan groepage, waarvan de hoofdmoot naar Duitsland gaat. We hebben een grote groep in de bouwwereld en de metaalsector, en verder hebben we een behoorlijke afdeling expeditie waarmee we zendingen verzorgen voor andere vervoerders.” De focus op stukgoed is jaren geleden een heel bewuste keus geweest van Arno, die al jong in aanraking kwam met het destijds door zijn vader Bennie Gesink geleide bedrijf. “Vanaf mijn 20e heb ik zelf twee, drie jaar als chauffeur gewerkt. Oldenboom was toen al klant bij ons en zo waren er meer in die sector. Maar toen er eind jaren 70 een bouwcrisis kwam, werden we daardoor hard geraakt, de helft van het wagenpark moest verkocht worden. Toen merkten we dat alle handel in dezelfde hoek niet stabiel was en dat kiezen voor groepage een beter idee was.”

Eigen klanten zoeken
Ook ging Gesink voor anderen rijden – onder meer voor bedrijven uit de buurt als Rabelink en Leusink. Maar in zijn latere rol als commerciële man maakte Arno mogelijk dat Gesink ging groeien. “Ik had gezien dat je beter niet te veel als charter kon rijden, maar dat je eigen klanten moest zoeken. We zitten nu vrij veel in de metaalsector, met bijvoorbeeld Goma en Stanstechniek als klant. Maar dat is toevallig zo gegroeid, het een leidde tot het ander. We hadden behalve ikzelf niemand op de verkoop, maar de klanten kwamen vanzelf op ons pad. Zo ook in de bouw, waar we Oldenboom al van oudsher als klant hadden. Via hen kwamen we weer bij timmerfabrieken terecht. Het bedrijf groeide daardoor en het waren allemaal klanten die ons pasten, ook qua lijnen: veel in Duitsland, het Ruhrgebied met name, en in Nederland vooral de Achterhoek, de regio Rotterdam en Noord-Brabant.”

Dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven. Blijkt ook uit de taakverdeling op de planning, de grootste afdeling op het kantoor in Zelhem. “De planning is hier wat anders opgedeeld dan in Wehl”, zegt Mick. “Met andere afdelingen, die soms uit één persoon bestaan. We hebben een afdeling Ruhrgebied en België, een afdeling buitenland – de rest van Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk – en een afdeling binnenland, verder wat wij noemen ‘rondrit’ en ‘buurtwerk’. Rondrit houdt in dedicated vervoer voor bouwklanten als HCI en Oldenboom; daar hebben we een standtrailer staan die ze helemaal vullen en zij bepalen ook voor ons de planning en de route, wij rijden in dienst van die bedrijven. Buurtwerk is alles wat van onze vaste regionale klanten in de loop van de dag binnenkomt aan zendingen, die kunnen ze tot 13.00 uur aanmelden. Dat kan de ene dag gaan om twee tot drie volle wagens, de andere dag moeten we alle zeilen bijzetten om alles weg te krijgen. Dus daar is nu ook een collega dagelijks fulltime mee bezig, zodat alle klanten op tijd bediend worden.”

Manusjes-van-alles
De kleine twintig kantoormedewerkers bij Gesink werken, ook door de veelal kleine afdelingen, nauw samen. “Vrijwel iedereen doet er administratieve taken bij. De meesten hebben een dubbelfunctie, we zijn eigenlijk allemaal manusjes-van-alles. De collega die het buurtwerk doet, is bijvoorbeeld ook het aanspreekpunt voor 247TailorSteel. Zo is alles met elkaar verweven. We vormen een klein ploegje, dat wel heel flexibel en breed inzetbaar is. Met Arno nog altijd als het gezicht van Gesink, die houdt zich vooral bezig met klantbezoeken en het onderhouden van relaties.”

Die commerciële activiteiten heeft Arno de afgelopen maanden weer op kunnen pakken. “Want de eerste helft van het jaar zat helemaal vol, om de overname en de integratie in goede banen te leiden. Ik doe de salestaken nu samen met Lynn van den Broek en Alwin Schweckhorst, in plaats van er alleen voor te staan.” Het is bepaald niet de enige vorm van samenwerking tussen ‘Zelhem’ en ‘Wehl’ die in de loop van dit jaar tot stand is gekomen, benadrukt Arno. “De buitenland- en groepageplanning hier heeft nu al dagelijks contact met de Rabelink-collega’s om zendingen te combineren, sinds kort gebeurt dit ook op de binnenlandplanning. Die samenwerking is er steeds meer. De garages doen bijvoorbeeld de inkoop gezamenlijk. Dat is het voordeel van een grotere organisatie, je bent flexibeler. Op de expeditie profiteren we bij Gesink mee van de scherpere tarieven die Rabelink heeft. De synergie die een jaar geleden bij de overname genoemd werd, zie je nu in de praktijk ontstaan.”