+31 (0) 314 - 368 500
sales@rabelink.nl

Jonny Pruis had ‘helemaal niks’ met de vrachtwagen

In gesprek met: Jonny Pruis (53) – uit ons personeelsblad RabeL!NK, editie zomer 2020

“Ik had helemaal niks met de vrachtwagen”, verklapt Jonny Pruis. Toch zit hij alweer jaren achter het stuur, waarvan de laatste dertien jaar als binnenlandchauffeur in dienst van Rabelink. Op een dag hoopt Jonny ook nog een camper te besturen, maar of dat ervan komt, is mede afhankelijk van echtgenote Sandra.

Na de middelbare school ging je naar het middelbaar agrarisch onderwijs. Je had dus niet van jongs af aan het idee om chauffeur te worden?
“Nee, ik had helemaal niks met de vrachtwagen. Ik vond het vroeger leuk om bij de boer te werken, dat deed ik op zaterdag en in de vakanties. Daarna wilde ik wat meer de militaire kant op.” Een ongeval met de brommer zette daar echter een streep door. “Ik zou schietinstructeur worden in het leger en stond op het punt de officiersopleiding te gaan doen, ik was al aangenomen op de KMS in Weert. Maar toen werd ik aangereden en heb ik mijn pols en mijn knieschijf gebroken.”

In de loop der jaren volgden er nog verschillende knieoperaties, en een militaire carrière zat er niet meer in. Met een omweg kwam Jonny, via verschillende agrarische bedrijven, zodoende achter het stuur terecht. “Bij het kalverfokbedrijf waar ik ging werken, zat ik ook af en toe op de vrachtwagen en dat beviel me eigenlijk wel. Mijn zwager werkte destijds in Winterswijk bij Hannink, het tegenwoordige HSF Logistics, en regelde daar een baan als chauffeur voor me.” Daarna werkte hij als chauffeur voor Te Pas in Gendringen en voor Bruntink in zijn woonplaats Dinxperlo, dat later overging in eerst Burgers en vervolgens Schotpoort.

En hoe belandde je bij Rabelink?
“Ik werd gebeld door Connie Wieringa, of ik interesse had om hier te komen werken”, verklaart Jonny. “Hij had net Theo Huls aangenomen, ook uit Dinxperlo, en blijkbaar had die mijn naam genoemd. Er zijn een hoop collega’s die in die tijd bij Rabelink begonnen, Ard Somsen bijvoorbeeld, en die er nu ook nog steeds zitten.” Sindsdien rijdt Jonny, die vorig jaar zijn 12,5-jarig jubileum bij ons bedrijf vierde, als binnenlandchauffeur. “Ik heb eerder wel veel buitenland gereden”, vervolgt de goedlachse trucker, “Duitsland en Engeland, later bij Te Pas ook Zwitserland en Frankrijk. Maar nu alweer jarenlang binnenland, met heel af en toe een keer het Ruhrgebied of België, en dat bevalt me prima, ik kom elke dag ergens anders.”

De chauffeur heeft het dus uitstekend naar zijn zin; na zijn 12,5-jarig jubileum sluit hij niet uit dat hij ook de 25 jaar haalt in dienst van Rabelink. “Voorlopig ben ik nog niet weg hier”, merkt Jonny lachend op. “Ik had ook bij een bedrijf in Dinxperlo kunnen beginnen, maar ik zie mezelf niet gauw de overstap maken. We hebben gezellige collega’s, de werksfeer is goed. Na het werk zit je al snel een half uur na te praten, even koffie drinken en een beetje ouwehoeren en dom lullen. En als Peter te Ronde erbij komt, moet je oppassen dat je er een uur later niet nóg zit.” Daarnaast heeft Jonny over de ‘secundaire arbeidsvoorwaarden’ niks te klagen, laat hij weten. “Ik heb het héél goed, er is tijdens het werk veel vrijheid en ook heb ik dagen kunnen kopen voor extra tijd, zodat Sandra en ik regelmatig weg kunnen.”

Zijn vrouw Sandra en hij zijn beiden opgegroeid in Gendringen, kennen elkaar al zo’n beetje hun hele leven. “We zaten samen al op de kleuterschool en op de lagere school, later kwamen we elkaar weer tegen op de middelbare landbouwschool”, vertelt Jonny. Tijdens een reünie van de lagere school sprong de vonk over, inmiddels wonen ze alweer meer dan dertig jaar in Dinxperlo. Met z’n tweeën; de kinderen Jasper (28) en Arleen (26) zijn al geruime tijd het huis uit.

Jullie gaan graag op vakantie?
“Ja, zo veel mogelijk. Het liefst naar de camping en verder één à twee keer per jaar met de kinderen en aanhang ergens anders naartoe. Met de caravan staan we meestal op De Twee Bruggen in Winterswijk. We gaan vaak eerst in mei en juni, daarna hoe dan ook in september en oktober. De nazomer is voor mij de grote vakantie, dan gaan we altijd drie weken. We gaan sowieso niet korter dan een week met de caravan op pad, voor zo’n korte periode heeft het geen zin om alles in te pakken en op te zetten, dat is veel te veel gedoe. Daarom hebben we ook een seizoensplek. Het is heerlijk om er langer mee weg te zijn, we hebben een grote caravan die van alle gemakken voorzien is. Eigenlijk is het enige wat ontbreekt – vergeleken met thuis – een wasmachine en een vaatwasser.”

Maar toch heb je nog wel wat te wensen over… een camper staat nog op het verlanglijstje?
“Klopt, maar dat is nog wel een puntje van discussie tussen Sandra en mij. Ik wil graag met een camper rond, voor haar hoeft dat niet zo. Zij wil gewoon liever ergens staan. En het is waar dat je aan een camper weinig hebt als je toch drie weken op dezelfde camping blijft. Toch lijkt het me wel wat, als ik later minder werk, om met een camper op pad te kunnen. Maar eerst zijn er zaken als de badkamer en de keuken die meer prioriteit hebben.”